Volgens het Protocol van Kyoto en de interne Europese herverdeling van de reductielasten moet België zijn emissies van broeikasgassen tegen de periode 2008- 2012 met 7,5% reduceren, in vergelijking met 1990.
Om uit te maken hoe de algemene reductiedoelstelling van 7,5 % voor ons land gehaald kon worden, diende er eerst een akkoord gesloten te worden tussen de gewesten en de federale overheid, dat bepaalde wie verantwoordelijk was voor welke reductiedoelstelling.
Over deze nationale lastenverdeling werd in maart 2004 een akkoord bereikt:
De gewesten, die formeel verantwoordelijk zijn voor het neerleggen van de emissierechten onder het Protocol van Kyoto, krijgen emissierechten toegewezen op basis van de volgende regels:
Reductie in %
(t.o.v. uitstoot in 1990)
Totale emissie
(in milj. ton CO2-equivalenten)
Vlaamse Gewest
- 5,2 %
83,37
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
+ 3,475 %
4,13
Waals Gewest
- 7,5 %
50,23
De gewesten kunnen autonoom de verhouding bepalen tussen de emissiereducties die ze op hun eigen grondgebied willen behalen en het gebruik dat ze van de flexibiliteitsmechanismen willen maken.
Deze lastenverdeling houdt echter in dat de Gewesten in totaal meer emissierechten toebedeeld kregen dan dat België onder het Protocol van Kyoto ontving. Daarom nam de federale overheid op de bijzondere ministerraad in Raversijde (maart 2004) een aantal beslissingen die ons land moeten toelaten toch de Kyoto-doelstelling te halen:
het uitvoeren van een aantal federale maatregelen die de emissies in de gewesten jaarlijks met 4,8 miljoen ton CO2-eq moeten verminderen
het aankopen van emissierechten voor een totaal van 12,3 miljoen ton CO2-eq in de periode 2008-2012 (jaarlijks gemiddeld 2,46 miljoen ton)