nl | fr
Home
agenda
« Juni 2013 »
M D W D V Z Z
27 28 29 30 31 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
 
impressionmail
Het klimaatbeleid na 2012: analyse van scenario’s voor emissiereducties tegen 2020 en 2050

Om de klimaatonderhandelingen voor te bereiden, heeft het Federaal Planbureau op vraag van de toenmalige federale minister van Leefmilieu in 2005 een studie uitgevoerd naar de mogelijke emissiereductieniveaus tegen 2020 en 2050 voor ons land, met specifieke aandacht voor de energetische en socio-economische impact. De studie werkt met twee tijdshorizonten, nl. 2020 en 2050, in overeenstemming met de Europese middellange- en langetermijnstrategie.

Deze vraag kwam er na een eerste studie gewijd aan de modellen en hypothesen die de basis zouden kunnen vormen voor de berekening van emissiescenario’s op middellange en lange termijn.

De tijdshorizon 2020

Voor de periode tot 2020 werd gebruik gemaakt van een combinatie van het PRIMES-model (een gedetailleerd model van de energiesector op Europees niveau) en van het Belgisch economisch HERMES-model.

1. De impact op de energie- en emissievooruitzichten

In een eerste fase gebeurde de uitwerking van een referentiescenario, uitgaande van het actuele beleid op energie-, transport- en milieuvlak en de huidige demografische en economische trends. Deze werd gevolgd door de uitvoering van gevoeligheidsanalyses, die rekening houden met onzekerheden zoals de prijzen voor brandstoffen op de internationale markt, de economische groei en de klimaatomstandigheden.

De studie analyseert voor het Europa van de 25 lidstaten twee emissiereductiescenario’s van respectievelijk 15 en 30% t.o.v. 1990. Daaruit werden emissiereductieniveaus voor België berekend, uitgaande van de veronderstelling dat de totale kost voor de emissiereducties op Europese schaal geminimaliseerd zou worden (via het Europese emissiehandelsysteem, of via andere maatregelen voor sectoren die niet aan dit systeem deelnemen).

Aanvullend werden twee emissiereductiescenario’s met bijkomende beleidsmaatregelen bestudeerd. Hierin onderzocht het Federaal Planbureau de versterking van het huidig beleid op het vlak van de offshore-windenergie, de energie-efficiëntie in gebouwen en de transportsector.

2. De socio-economische impact van de reductiescenario’s in België

De resultaten van deze analyses werden ingevoerd in het Belgische HERMES-model om de impact van de emissiereductiescenario’s op bv. de economische activiteit en en de werkgelegenheid te evalueren. De ontvangsten afkomstig van een verhoging van de fiscaliteit in de sectoren die niet onderworpen zijn aan het Europees emissiehandelsysteem, zijn aangewend om het effect op de werkgelegenheid te maximaliseren via een verlaging van de sociale lasten.

De tijdshorizon 2050

Dit deel van de studie analyseert binnen de context van duurzame ontwikkeling de voorwaarden waaronder belangrijke reducties van de broeikasgasemissies kunnen gerealiseerd worden tegen 2050. Hiervoor werd de “backcasting-methodologie” gebruikt, dat het te voeren beleid definieert in functie van de voor 2050 vooropgestelde reductieniveau’s.

Drie reductiescenario’s tussen 1990 en 2050 werden gekozen op basis van de voorstellen van de Raad van de Europese Unie:

  1. In een eerste scenario werd een emissiereductie van 50% tegen 2050 (t.o.v. 1990) verkregen op basis van technologische vooruitgang, met een minimum aan gedragswijzigingen.
  2. Een tweede scenario voorziet een reductie van 60% door de technologische vooruitgang van het eerste scenario te koppelen aan gedragswijzigingen.
  3. Een derde scenario van 80% reductie kan tegen 2050 bereikt worden dankzij het versterken van de gedragswijzigingen uit het tweede scenario.

Resultaten

U kan zowel de samenvatting als het volledig rapport downloaden in drie talen:

Samenvatting: NL (pdf 382Kb)FR (pdf 352Kb)EN (pdf 342Kb)
Volledig rapport: NL (pdf 3,13Mb)FR (pdf 3,14Mb) EN (pdf 2,22Mb)

Rondetafelconferentie

Een comité samengesteld uit vertegenwoordigers van de betrokken federale en gewestelijke overheden en van werkgevers-, werknemers- en milieu-organisaties heeft de voorbereiding van deze studie opgevolgd.

Om alle betrokken partijen inspraak te geven in het debat, organiseerde federaal minister voor Leefmilieu, Bruno Tobback op dinsdag 24 oktober 2006 een rondetafelconferentie over dit onderwerp. De voornaamste resultaten van de studie werden er uiteengezet en de aanwezigen konden er hun eigen inzichten en visie nader toelichten.

 
 
Laatste update : 28/08/2008