Als er één boodschap is die de Europese Unie en het Belgisch voorzitterschap bij de lancering van de klimaattop in Cancún de ether instuurden, dan was het dat de klimaattop het pad moet effenen voor een algemeen en juridisch bindend wereldwijd klimaatkader, nodig om de klimaatverandering te bestrijden in de periode na 2012 (het einde van de eerste engagementsperiode van het Kyoto Protocol). Met nadruk op « het pad effenen », want alle onderhandelaars waren het erover eens dat zo’n algemeen en juridisch bindend kader niet op deze klimaattop bereikt zal worden.
Connie Hedegaard, Europees commissaris voor klimaat, schetste het kader van de onderhandelingen als volgt: "De EU is bereid om in Cancún in te stemmen met een ambitieus mondiaal klimaatkader, maar helaas zijn andere grote economieën dat niet. Niettemin kan de wereld in Cancún een belangrijke stap in de goede richting zetten door overeenstemming te bereiken over een evenwichtige reeks besluiten met betrekking tot tal van fundamentele kwesties.”
En verder: “Het is van essentieel belang dat deze vooruitgang in Cancún bereikt wordt, anders loopt de dynamiek van de VN op klimaatvlak het gevaar zijn elan en relevantie te verliezen, en tot nogtoe heeft niemand een alternatief forum kunnen aanwijzen dat betere resultaten kan opleveren. Die vooruitgang kan echter alleen worden geboekt als alle partijen blijk geven van voldoende politieke wil."
Joke Schauvliege, de Vlaamse leefmilieuminister die in Cancún het Belgische voorzitterschap van de EU zal vertegenwoordigen, voegde eraan toe: "Het pakket besluiten waarover Europa in Cancún overeenstemming hoopt te bereiken, moet voortbouwen op het Kyoto Protocol en rekening houden met de politieke richting die in het akkoord van Kopenhagen is aangegeven."
De voorkeur van de EU met betrekking tot de vorm van het toekomstige mondiale klimaatkader gaat uit naar één nieuw juridisch bindend instrument dat de essentiële elementen van het Kyoto Protocol overneemt. Wel is de EU bereid een tweede verbintenisperiode van het protocol in overweging te nemen op voorwaarde dat dit deel uitmaakt van een bredere globale overeenkomst, waarbij alle belangrijke economieën zich verbinden tot het nemen van klimaatmaatregelen, en dat “de milieu-integriteit van het protocol wordt verbeterd” (dit heeft te maken met technische aspecten van emissierechten, emissiehandel en flexibiliteitsmechanismen).
Dat gewenste “evenwichtig pakket met besluiten" moet de tot dusver geboekte vooruitgang vastleggen en een aantal belangrijke elementen van de ’architectuur’ van het toekomstige mondiale klimaatregime omschrijven. De besluiten van Cancún moeten het ook mogelijk maken directe maatregelen ‘op het terrein’ te nemen om de klimaatverandering te bestrijden, vooral in de ontwikkelingslanden.
Over het werkingsveld van het pakket besluiten moet nog overeenstemming worden bereikt. Maar de EU heeft wel een heel duidelijk beeld van hetgeen er bereikt moet worden:
![]() |