Op federaal vlak kreeg het klimaatbeleid een flinke duw in de rug door het federaal regeerakkoord van juli 1999, dat o.m. afspraken maakte om tot een duurzaam mobiliteits- en energiebeleid te komen.
Als eerste stap in de uitvoering hiervan werd op 20 juli 2000 het Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling 2000-2004 door de Ministerraad goedgekeurd. Daarin stonden duidelijke beleidslijnen voor de aanpak van de klimaatproblematiek, met maatregelen die vooral betrekking hadden op de energie- en transportsector, de industrie, de landbouw en de afvalsector.
Het tweede Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling - voor de periode 2004-2008 - werd goedgekeurd op 14 september 2004. “De beperking van klimaatveranderingen en een intensiever gebruik van schone energie” is er één van de 6 actiethema’s met een aantal specifieke actiepunten die onder meer tot doel hebben alternatieve energiebronnen en energiezuinige gebouwen te promoten, het aanbod van het openbaar vervoer te promoten, minder vervuilende voertuigen te ontwikkelen en solidariteit te bevorderen via de flexibiliteitsmechanismen.
Intussen besliste de federale overheid op een bijzondere ministerraad in Raversijde (20-21 maart 2004) een aantal belangrijke beslissingen op klimaatvlak:
In de federale beleidsverklaring van 12 oktober 2004 engageerde de regering zich in de loop van 2005 te werken aan realistische maar ambitieuze doelstellingen voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen in de periode na 2012, en werden een aantal specifieke maatregelen- aangekondigd in Raversijde - herbevestigd. Meer info in de rubriek “En wat na 2012?”
![]() |